EN
> Home > Nieuws > Pijlers voor de nieuwe aanlanding

Pijlers voor de nieuwe aanlanding

Sinds eind september is de bouw van de nieuwe aanlanding van de Noorderbrug van start gegaan. Tussen Maasoever en Lage Fronten bouwen we zestien nieuwe pijlers op voor de ca. 600 meter lange aanlanding. Ter hoogte van de Lage Fronten begint het gesloten deel: een aardebaan (oftewel talud) die ruim 530 meter lang en tot negen meter hoog wordt.

Maatwerk

Zestien pijlers zijn er nodig voor de nieuwe aanlanding. Eén bestaande pijler – bij de Maasoever – blijft staan en passen we aan. De bouw begint in oktober, met de aanleg van ongeveer 680 ondergrondse steunpalen. Dat zijn de funderingen voor de nieuwe pijlers. De bouwmethode is telkens maatwerk en afhankelijk van locatie en ondergrond.

Uitgekiende locaties

Maatwerk geldt ook voor de locatie van elke nieuwe pijler. Tussen Maasoever en Lage Fronten moeten de bruggenbouwers rekening houden met – bijvoorbeeld – de fabrieken van Sappi en Wesley. Maar ook de Bosscherweg én Zuid-Willemsvaart liggen pal in het tracé van de nieuwe aanlanding. Ondergronds is de bodemsamenstelling een factor van belang, net als de resten van vestingwerken. Tegelijkertijd mag de afstand tussen pijlers niet te groot zijn: voor een stevig en stabiel brugdek geldt een maximale lengte.

Zestien bouwputten

Voordat de bouw van een pijler van start gaat. leggen we eerst een bouwput aan. De omvang van een bouwput is afhankelijk van de omvang van de pijler. Voor het formaat van de meeste putten geldt dat zij zo’n 10 meter breed, 30 meter lang en 2 meter diep zijn. Na uitgraven start de aanleg van de funderingspalen. Voor de bouwput van pijler 13 – bij de Bosscherweg – nemen we extra maatregelen: die vullen we aan met zo’n 500 kuub EPS. Dat staat voor geëxpandeerd polystyreen en is in de volksmond beter bekend onder de naam piepschuim. Het piepschuim zorgt ervoor dat de wanden van de bouwput stabiel blijven en de funderingskraan dicht bij rand kan worden opgesteld. De versteviging van de put met piepschuim maakt het mogelijk om de rijbaan richting Boschpoort open te houden voor verkeer.

3 firma’s, 3 bouwmethodes

Begin oktober starten drie verschillende firma’s met de aanleg van de funderingspalen. Onder de Noorderbrug is firma Tubex aan de slag, ter hoogte van de Frontenkeet gaat firma Züblin aan het werk. De overige funderingspalen worden gerealiseerd door firma Terracon. Voor de realisatie van de funderingspalen is bijna 3000 m3 beton nodig.

Tubexpalen

Onder het brugdek van de Noorderbrug is firma Tubex aan de slag met de realisatie van zogenaamde tubexpalen, een bouwmethode die is afgestemd op de beperkte werkhoogte. Voor de aanleg schroeft firma Tubex een stalen buis met schroefkop in de grond, terwijl de grond rondom wordt weggedrukt. De stalen buis wordt zo stukje bij beetje in de grond geschroefd, tot de benodigde diepte is bereikt. Vervolgens hangt firma Tubex een stalen wapeningskorf in de buis af en stort deze vol met beton. Zo ontstaat een steunpaal van gewapend beton met een groot draagvermogen. De stalen buis – het omhulsel van de steunpaal – blijft achter in de ondergrond.

Boorpalen

Rondom de Bosscherweg en Zuid Willemsvaart is een diepere fundering nodig. Firma Züblin realiseert daarom boorpalen tot in de kalksteenlaag, die op zo’n vijftien meter diepte begint. Boorpalen zijn in de grond gevormde betonnen palen met een zeer hoge draagkracht. Voor de aanleg boort een funderingsmachine eerst een gat met een stalen mantelbuis. De binnenzijde van de buis wordt ontgraven, waarbij water ervoor zorgt dat het boorgat stabiel blijft en niet in elkaar zakt. Zodra het boorgat op diepte is brengt firma Züblin een stalen wapeningskorf aan en wordt beton gestort. Als laatste wordt de mantelbuis weer uit de grond getrokken.

Buisschroefpalen

Firma Terracon gaat aan de slag met de realisatie van zogenaamde ‘buisschroefpalen’, de bouwmethode die het meest wordt toegepast voor de funderingspalen van de nieuwe pijlers. Met behulp van een boormotor draait een funderingsmachine een holle buis tot zo’n acht meter diep in de grond. Zodra de buis op diepte is, brengt firma Terracon een wapeningskorf aan. Vervolgens wordt de holle buis uit de grond getrokken terwijl gelijktijdig beton wordt gestort.

Om en om

Alle boor- en buisschroefpalen realiseren we om en om. Dat wil zeggen dat palen niet direct naast elkaar worden opgebouwd. Pas als het beton van een funderingspaal voldoende is uitgehard, kan daarnaast een nieuwe paal worden opgebouwd. Zo weten we zeker dat de funderingspalen sterk genoeg zijn en niet beschadigd worden door graafwerk voor een aangrenzende paal.

Hindervrij?

De drie verschillende bouwmethoden voor de funderingspalen leveren alledrie nagenoeg geen trillings- en/of geluidshinder op. Omwonenden ondervinden dan ook geen geluid- en trillingsoverlast. Verkeer moet wel rekening houden met hinder, vooral bij de Bosscherweg. Daar bouwen we pijler nummer 13 op, parallel aan de Bosscherweg en ingeklemd tussen weg, spoorlijn en Zuid-Willemsvaart.

Betonwerk

Zodra de funderingspalen gereed zijn, start het betonwerk voor de pijlers. In grote lijnen verloopt het betonwerk voor elke pijler in dezelfde volgorde. Eerst ontgraven we de bouwput en storten we een werkvloer. Dat is niets anders dan een vlakke, betonnen ondergrond van enkele centimeters, waarop de bruggenbouwers hun werk kunnen uitvoeren. Daarna volgt timmerwerk voor de bekisting (de vorm of mal) van de poer – oftewel de voet – van de pijler. Binnen de bekisting brengen we stalen wapening aan waarna betonstort volgt. Als de poer gereed is, gaat het werk verder met de opbouw van de in totaal 80 pijlerkolommen en 33 draagbalken voor de liggers van het nieuwe brugdek. Bijna 7000 m3 beton is er nodig voor de poeren, kolommen en draagbalken. Zodra de laatste betonstort is afgerond, ruimen we de bouwput weer op.

Fotoboek

Volg de bouw van de nieuwe pijlers op de voet via onze Flickr account.

Noorderbrug Maastricht is onderdeel van het programma Belvédère-Maastricht.
Aan deze website kunnen geen rechten worden ontleend.