EN
> Home > Nieuws > Ondergrondse sporen

Ondergrondse sporen

Nu het sloopwerk binnen het voormalige Grondbankterrein erop zit, is het tijd voor de vervolgklussen. Bijvoorbeeld archeologisch én explosievenonderzoek. Want voordat de bouw van de nieuwe pijlers en toekomstige op- en afritten van knoop Boschpoort kan beginnen, moet de ondergrond eerst zorgvuldig worden onderzocht.

Zoeken naar vestingresten
Dicht bij de omheining van het Grondbankterrein – langs de Commandeurslaan – is archeologisch adviseur Ineke de Jongh druk aan het werk. Deze keer in een kuil die zo’n 4,5 meter diep is. “We zitten hier in een gebied waar vroeger voortdurend activiteiten hebben plaatsgevonden. Denk bijvoorbeeld aan de aanwezigheid van vestingwerken, maar ook aan industriële bedrijvigheid. Archeologisch onderzoek vindt niet over het hele Grondbankterrein plaats, maar alleen daar waar we straks tot op meer dan één meter diep in de grond graven en werken.”

Brandplekken
Tot nog toe heeft het graafwerk van Ineke en haar collega’s nog niet veel opgeleverd. “Ik hoop historische muren aan te treffen zodat we deze kunnen onderzoeken. Maar dan wel liefst op een andere plek zodat de werkzaamheden gewoon door kunnen gaan”, vertelt Ineke. “Tot nog toe hebben we echter alleen een paar verbrande plekken grond gevonden die wijzen op activiteiten. Maar welke activiteiten? Dat weten we nog niet.”

Ceres Stoombierbrouwerij
Eén concrete vondst heeft de opgraving wel opgeleverd: een beschadigd bierflesje, een overblijfsel van stoombierbrouwerij Ceres die tot 1931 aan de Bosscherweg was gevestigd. Voor Ineke toch een leuke vondst: “dit is niet waar we naar op zoek zijn, maar zo’n bierflesje is wel een aardig doorkijkje naar vroeger, nietwaar?” De bierfles is intussen overgedragen aan de gemeente Maastricht. Daar wordt bekeken of de vondst voldoende toegevoegde waarde heeft om te bewaren.

Duizend bommen en granaten…
…hopen we niet aan te treffen, maar net als archeologisch onderzoek is ook explosievenonderzoek onderdeel van de voorbereidingen voor de bouw van het nieuwe Noorderbrugtracé. Gedurende de Tweede Wereldoorlog was de Spoorbrug namelijk een belangrijk doelwit voor Duitse bommenwerpers. Dat betekent dat er rekening moet worden gehouden met achtergebleven explosieven. Tot op een diepte van twee meter kunnen die gemakkelijk worden opgespoord. Maar voor de bouw van de toekomstige pijlers is grondiger onderzoek nodig.

In opdracht van bouwer Strukton graaft firma BeoBOM/Bom-Be uit Leuven rondom de locaties van de toekomstige pijlers laag na laag grond weg. Vervolgens wordt elke grondlaag onderzocht met metaaldetectors. Tot nog toe heeft de speurtocht nog niets opgeleverd, maar een actieplan staat klaar als er wel een explosief wordt aangetroffen.  Dan wordt de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) ingeschakeld. De EODD zorgt er vervolgens voor dat het explosief snel en veilig onschadelijk wordt gemaakt.

Noorderbrug Maastricht is onderdeel van het programma Belvédère-Maastricht.
Aan deze website kunnen geen rechten worden ontleend.